vrijdag 11 maart 2011

9 Case: huisstijl Universiteit Utrecht

Deze week staat in het teken van een presentatie die ik in Utrecht ga geven volgende week. Heel leuk, spannend ook – en weer kom ik terecht in het schemergebied tussen praktijk en wetenschap.

De Universiteit Utrecht wil aan de slag met haar huisstijl. Een zg. ‘refresh’ moet zorgen voor een meer moderne huisstijl, met behoud van het huidige logo overigens. Ook moet de huisstijl meer eenduidig worden toegepast. Daarom organiseren ze een aantal masterclasses voor iedereen die ook maar iets te maken heeft met de huisstijl: van communicatieadviseurs tot (grafisch) ontwerpers.

De Stijl van Amsterdam, daar valt veel over te vertellen. Een mooi verhaal: van ontwikkeling tot gemeentebrede implementatie, en doorontwikkeling met onder andere de nieuwe campagnestijl. Dat moet wel lukken, met behulp van het prachtige materiaal van ons huisstijlbureau.
Maar nu nog de wetenschappelijke bespiegelingen, hoe ga ik die daarin vlechten op een manier dat ze van toegevoegde waarde, liefst nog inspirerend, kunnen zijn voor collega’s die gewoon anders moeten gaan werken met hun eigen huisstijl.

Ik heb zo mijn ideeën over een aantal perspectieven van waaruit je huisstijl zou kunnen benaderen. Huisstijl is een symbool als je denkt aan de corporate identity mix van Birkigt & Stadler, huisstijl werkt als een structuur als je kijkt naar de verschillende merkmodellen (monolithisch, endorsed en branded). Maar huisstijl is ook een artefact dat de onderliggende culturele waarden visualiseert, of wat dacht je van huisstijl als politiek middel.

Eigenlijk zit ik nog te dubben. Ga ik proberen de perspectieven aansprekend te maken met mooie beelden, of ga ik op zoek naar een leuk filmpje als metafoor voor de diversiteit en kracht van huisstijl. Ik kan ook ‘gewoon’ iets vertellen over onderzoeksresultaten tot nu toe. Die op hun beurt weer laten zien op welke manier onze huisstijl een aantal organisatiebewegingen in Amsterdam heeft beïnvloed.

vrijdag 4 maart 2011

25 Professoren, professie en praktijk

Een paar weken geleden vond de Logeion expertmeeting plaats over de relatie tussen wetenschap en praktijk. Een thema dat me aan het hart gaat, ik trad zelfs op als een van de experts in het panel. Ik vond het een hele eer, in een panel naast mensen als Noelle Aarts en Bert Pol.

Op het programma stond een debat op basis van zes stellingen die ik van te voren had ontvangen. Gelukkig, die stellingen riepen van alles bij me op. Daar kon ik iets mee. Wel werd ik een beetje nerveus van de suggestie dat de sprekers materiaal konden meenemen en laten zien. Alle faciliteiten waren ter plekke aanwezig en beschikbaar. Wat moest ik daar nu mee? Stel je voor dat mijn collega panelleden allemaal hele interessante dingen bij zich hadden. Bovendien gaat mijn onderzoek over de kracht van beeld, dus ben ik toch bij uitstek degene die iets moet laten zien?

Werk aan de winkel, dus het weekend voor de bijeenkomst heb ik ongeveer 50 korte filmpjes bekeken. Ik moest en zou iets vinden wat voor mij de relatie tussen wetenschap en praktijk illustreert. In de zin van een ander perspectief, verruiming van je blik, laat je verrassen, de creatieve zoektocht van een onderzoek. Ik heb niks kunnen vinden. Niemand had iets bij zich overigens.

 

Hard maken wat zacht is
Wetenschappers zijn er met name voor om in onze beroepspraktijk ´hard te maken wat zacht is´. Deze stelling maakt wel iets los, zeg. Daarmee doe je de wetenschap echt te kort, want ze kan zoveel meer betekenen voor de praktijk. Wetenschappers kunnen een breder kader bieden, reflecteren op het vakgebied, en zo collega´s in de praktijk inspireren en nieuwe inzichten verschaffen voor hun werk.

Onderzoek doen en daarmee op een of andere manier onderbouwing en bewijs leveren is misschien wel de core business van de wetenschap. Maar hoe hard is dat kun je je afvragen. Communicatie behoort niet tot de exacte wetenschappen, onderzoek heeft vaak een kwalitatief karakter. Is dat hard? Niet in de absolute zin van het woord. Het is maar welke invalshoek je kiest, en hoe je het een en ander interpreteert. Eigenlijk is er best veel ruimte voor creativiteit in wetenschappelijk onderzoek.

 

Logeion universiteit
Halverwege de discussie werden de stellingen los gelaten en ontstond een dynamisch gesprek tussen het panel en de aanwezigen in de zaal, waarmee volgens mij echt een verbinding tot stand kwam tussen praktijk en wetenschap. Diverse ideeën voor meer samenwerking tussen wetenschap en praktijk borrelden op. Variërend van (meer) aandacht voor wetenschappelijke publicaties bij Logeion, contacten zoeken met lectoraten op hogescholen, leren van ervaringen van technische universiteiten, of misschien zelfs een eigen Logeion universiteit.

 

Je kunt meer lezen over deze expertmeeting in de volgende C, het maandblad van Logeion.

woensdag 9 februari 2011

24 Exploratiefase afgesloten

Van de week had ik een afspraak met Noelle Aarts. Altijd even enthousiast, betrokken en inspirerend. Met haar hebben we echt een fantastische hoogleraar strategische communicatie, en ik een begeleider waar ik heel blij mee ben.

Ook al staat mijn onderzoek in de koelkast, ik wilde deze eerste fase goed afronden en daarvoor een slotgesprek voeren met Noelle. Rob van Es (mijn andere begeleider) was helaas verhinderd. Ik had niet veel voorbereid - dat heb je in zo´n koelkastfase – maar ons gesprek kreeg een onverwachte inhoudelijke wending, waarmee ik een mooie richtingaanwijzer heb gekregen voor de toekomst.

Nut van exploratie
Ik heb veel vakgebieden en onderwerpen geëxploreerd de afgelopen periode. Voor degenen die deze blog een beetje hebben gevolgd is dat oud nieuws: van organisatiecultuur en organisatieidentiteit via visuele communicatie naar corporate en city branding,en weer terug. En huisstijl natuurlijk als centraal thema. Nu kom ik toch uit op het logo als ´entry point to the brand´en ´a flag to rally around´. Al die wegen, zijwegen en kruispunten hebben me uiteindelijk focus opgeleverd.

Kernvraag
Want waar gaat het me nu echt om? Kernvraag is toch wat doet beeld met mensen. Wat doet een logo met mensen? Wat betekenen drie Amsterdamse kruizen voor mensen die ze wel kennen? En ook: wat betekenen ze voor mensen die ze niet kennen? Wat gebeurt er precies als mensen de drie kruizen zien? En is dat op rationeel niveau of gaat het vooral om een onbewuste associatie?

Attractief design
Volgens Brandt en Bugel van Total Identity zit de kracht van attractief en succesvol design in ´een vorm die aansluit bij reeds bestaande beelden, percepties en onbewuste vermoedens´. En ´eerste associatie is beslissend voor de effectiviteit van alle visuele communicatie.´

Het boekje waar dit in staat heeft als titel ´Een seconde voor de werkelijkheid´. Een heel intrigerend boekje ook al is het verhaal niet af en raak ik op gegeven moment de draad kwijt. Brandt en Bugel hebben wel een snaar geraakt, want wat me zo fascineert is de onmiddellijke impact, de zeggingskracht en het niet-rationele, emotionele effect van beelden. Terwijl het opnemen en begrijpen van tekstboodschappen vooral een rationeel proces is.

´Design slaagt pas als een ontwerper een brug weet te bouwen tussen het meetbare weten en de onbewuste associatie.´ Klinkt ook nogal complex, maar ze hebben een punt.

2012 lonkt
Ze kunnen me vast meer vertellen over de redenen waarom vormgevers bepaalde vormen kiezen. Hoe zorgen ze voor grafische semantiek die past bij een organisatie, en die bijdraagt aan de doelstellingen daarvan? Op basis van welke veronderstellingen doen ze dat eigenlijk? Afijn, mijn volgende onderzoeksjaar begint al weer te lonken.

vrijdag 21 januari 2011

23 In de koelkast

Vorige keer had ik het over een overgangsfase, in vakinhoudelijke zin. Ook mijn onderzoek komt in een nieuwe fase terecht. Ik ga er een jaartje tussen uit om meer tijd te hebben voor het thuisfront, dus gaat het onderzoek een jaartje de koelkast in. Maar de liefde voor huisstijl- design – branding zal niet zomaar bekoelen.
Nieuws, trends, gedachtes en ontwikkelingen over deze onderwerpen blijf ik gewoon volgen. Dus ook in 2011 kunnen jullie regelmatig een blog van mij verwachten op deze plek. Naast blogs heb ik het afgelopen jaar meerdere onderzoeksopzetten geschreven. De gouden opzet zit er nog niet tussen. Ach, als je eenmaal gaat zoeken kan je zoveel kanten op. Zie dan maar weer eens op het rechte (onderzoeks)pad te komen.
Sterker monolithisch en nieuwe webstijl
Binnen de Stijl van Amsterdam is van alles in beweging. De gemeente Amsterdam wordt `sterker monolithisch´ en gaat (nog) meer communiceren vanuit één afzender. Alleen maar handig. Zou de webstijl ook sterker monolithisch worden met behulp van ons merk? Of wordt de herkenbaarheid op alle webpagina´s van amsterdam.nl anders opgelost? Krijgen we voortaan overal in de bovenbalk amsterdam.nl te zien? Of wordt het gemeente Amsterdam? Worden de kruisen groter, en net zo opvallend als op de homepage? Ik ben zo benieuwd!
Soorten websites
Want wat is nu het hoofddoel van de nieuwe vormgeving? Gaat het vooral om een betere dienstverlening, dan zou je denken aan type één: informatie en product-gedreven.
 

Als je vooral de corporate branding belangrijk vindt gaat het meer om type twee: herkenning en associaties met ons merk. Bij het derde type wordt ook nog gestreefd naar extra betrokkenheid in de vorm van ´sensory experiences and aesthetics´.* Dat laatste lijkt me teveel van het goede. Net als bij onderzoek kan een beetje focus bij het stellen van je online communicatiedoelen geen kwaad.
* Marketing aesthetics. The strategic management of brands, identity and image – Schmitt/Simonson (1997, The Free Press)

woensdag 22 december 2010

22 The visual language of brand

We zitten in een overgangsfase, in meerdere opzichten. Perspectieven
verschuiven van communicatie naar branding, van vooraf bepaalde topdown ‘sensegiving’ naar het gezamenlijke ‘sensemaking’, van communicatie sturing naar voortdurend voeling houden met je doelgroepen. Maar wel op zo’n manier dat je herkenbaar en onderscheidend blijft als organisatie. Wat betekent dat nu voor huisstijl?

Een kenmerk van design is het permanent communicatieve karakter. En ´A logo is like a flag to rally around´. Daar kunnen we vast iets mee. Maar wat doet zo’n logo nu precies voor een organisatie of een merk? Ik ga op zoek naar antwoorden in het trendrapport ‘The visual language of brand’ van het Australische merk- en designbureau Truly Deeply.
Belangrijkste trends
Global branding wordt gezien als de belangrijkste trend. Hierin worden unieke en doorgaans betekenisvolle symbolen ingewisseld voor een gedeelde en onbetekenende beeldtaal. Dat lijkt me niet handig voor differentiatie en herkenbaarheid van merken. Authenticiteit is een andere belangrijke trend. Hierin wordt vaak bewust gekozen voor ‘met de hand gemaakte’ beelden, die uit het hart gegrepen boodschappen vertellen (´Made with love´).
Het rapport bevat voorbeelden uit veel verschillende sectoren, maar er zit geen gemeentelijke organisatie tussen, op een enkele uitzondering na. Wel bevat het rapport een aantal voorbeelden van city branding, en dan vooral gerelateerd aan het binnenhalen van een evenement zoals de Olympische Spelen.
 
City of Melbourne is een voorbeeld van global branding, Praag een voorbeeld van een authentiek merk. Gek eigenlijk, doen gemeentes en stadsbesturen wereldwijd niet mee in de grote visuele trends? Ik zie onze drie kruisen zo terugkomen in een trend als authenticiteit, ze zijn immers direct
gebaseerd op ons historische en zeer authentieke stadswapen.
   
                        

Wat ik mis in het rapport van Truly Deeply is het belang van het open en flexibel houden van een beeld(merk) zodat doelgroepen worden geprikkeld zelf iets toe te voegen aan het merk dat door het beeld wordt weergegeven.

Belang van dialoog
Dit sluit aan bij het idee dat je als organisatie een dialoog aan zou moeten gaan met je doelgroepen, in plaats van ze een gesloten en afgerond organisatieverhaal te presenteren. Maar het is wellicht wat veel gevraagd van een logo. 

Openheid helder?
Hoewel, ons logo is ooit ontworpen op basis van de drie gemeentelijke kernwaarden: actief, open en integer. Hierbij is het schreefloze lettertype avenir gebruikt om openheid uit te stralen. Haal je die openheid er uit als doelgroep van de gemeente Amsterdam? Als medewerker of als inwoner van de stad? En wat betekent de visuele relatie van de drie kruisen met het wapen van de stad, en alle associaties die dat weer oproept? 

Levert dat nu meer of minder ruimte op voor een betekenisvolle dialoog met onze doelgroepen?

woensdag 17 november 2010

21 ‘Symbolisch’ van 2.0 naar 3.0

Een merk is meer en meer een co-creatief concept dat ontstaat, en beweegt, in de dialoog tussen mensen. Na mijn blog over organisch denken stuitte ik op een artikel en een boek die helemaal aansluiten bij die gedachte.

Begin november besteedde Adformatie aandacht aan Marketing 3.0, het nieuwe boek van marketinggoeroe Philip Kotler. Hierin stelt Kotler dat consumenten zg. ´prosumenten´ zijn geworden door de invloed van sociale media. Dat betekent bijvoorbeeld dat merken niet langer eigendom zijn van een bedrijf, maar als groep maken klanten (en andere stakeholders lijkt me zo) zich het merk eigen door hun eigen interpretatie en emoties.



Kotler adviseert om niet meer te proberen controle uit te oefenen op consumenten, beter is een verhaal vertellen en zo een platform (ruimte) bieden waarop ze (zelf) kunnen voortbouwen. Hij zegt niets over design of over de rol van huisstijl hierbij, dat is wel weer jammer.

Web van betekenissen
In hun boek ´Taking brand initiative´ gaan Hatch en Schultz daar wel op in. Een logo staat in feite symbool voor een organisatie. Maar dat doet een logo niet alleen; een corporate merk wordt niet weergegeven door één symbool, maar door een hele constellatie van symbolen.


Volgens Hatch and Schultz komt een merk symbolisch tot stand door de interpretatie van stakeholders, die het merk levend houden door erover te communiceren. Samen produceren ze een web van betekenissen die door de symbolen van het merk, waaronder het logo, naar buiten worden gebracht. Daarmee kunnen ze in het kort een verhaal vertellen waar anders een lange uitleg voor nodig was geweest.

Fusie stadsdelen en symboliek
Een logo kun je beschouwen als een symbool zodra er betekenis aan is gegeven. Hatch and Schultz pakken ook Schein erbij en de drie cultuurlagen die voor mijn onderzoek een basisgegeven zijn: artefacten (zoals huisstijl), waarden (zoals onderling afgesproken) en dieper liggende veronderstellingen. Artefacten worden als symbool gebruikt om betekenis te creëren en daarover te communiceren. En dat kan vervolgens de onderliggende cultuurlagen weer beïnvloeden (of: veranderen).

Ha, dat is interessant, is er bij de fusie van de stadsdelen eigenlijk gebruik gemaakt van deze mogelijkheid? Deze vraag voert misschien wat ver. Ik vind het vooral interessant om te zien hoe beweeglijk een merk (tegenwoordig) kan zijn, en wat je daar allemaal mee kunt doen door het symbolisch te benaderen.