dinsdag 22 maart 2011

26 Een brug slaan tussen woord en beeld

De kloof tussen praktijk en wetenschap is onvermijdelijk, maar dat is niet erg. Dat neemt niet weg dat het altijd goed is om te kijken hoe je nader tot elkaar kunt komen. In C, het vakblad van Logeion, werd verslag gedaan van de bijeenkomst over dit thema waar ik in mijn vorige blog over schreef.

Mijn droom kwam naar voren in C: een wetenschappelijk artikel publiceren in de vorm van een film. Deze uitspraak deed ik tijdens de bijeenkomst toen we het hadden over de toegankelijkheid van wetenschappelijke literatuur. De wetenschap heeft er veel bij te winnen als ze haar bevindingen op een meer laagdrempelige manier zou presenteren.

Een paar dagen nadat ik C in de bus had gekregen, werd mijn idee uit onverwachte hoek bevestigd. "Studenten zouden soms iets op video moeten zetten in plaats van op papier." Dat zei Bregtje van den Haak in SPUI, de digitale nieuwsbrief van de UvA. Als documentairemaker wil ze de kloof tussen woord en beeld overbruggen. Dat kon ik gezegd hebben.

 
‘Tekst en beeld' van grafisch ontwerper Loes Hilhorst

Beeldenmakers lezen niet
Er staat ook een filmpje op het web met Bregtje. Daarin zien we haar in de Oudemanhuispoort herinneringen ophalen aan haar studietijd. Helaas niet al teveel beschouwingen op het thema woord en beeld maar wel dit: "Het is een slechte zaak dat beeldenmakers niet lezen en dat intellectuelen zich hebben afgekeerd van het beeld. Je hebt allebei nodig".

Ze gaat nog verder: "Het is onvergeeflijk dat veel intellectuelen en academici de kracht en de macht van het beeld zo lang genegeerd hebben." Een ferme uitspraak waar wel in doorklinkt dat het (gelukkig) achter ons ligt. Het is dus aan het veranderen. Dat bevestigt Noelle Aarts ook in C als ze wijst op nieuwe ontwikkelingen in wetenschappelijke publicatievormen waaronder filmpjes op youtube.

Communicatiemensen kijken niet
Hoe dan ook, Bregtje zette me aan het denken over mijn eigen missie. Die is gebaseerd op mijn overtuiging dat beeld niet maximaal wordt benut als communicatie instrument. Communicatiemensen zijn sterker, handiger in het hanteren van het woord dan in het toepassen van het beeld. Wat betekent dat? Kijken ze niet of kijken ze niet goed genoeg om het beeld te kunnen duiden? Laten ze zich overdonderen door de kracht van beeld, of door de overtuigingskracht van de ontwerper, zodanig dat het niet goed lukt om het bewust in te zetten?

Natuurlijk valt het best mee allemaal, maar we kunnen daar nog veel in leren. En we moeten er iets mee in het communicatievak, want we worden overspoeld met boodschappen, in woord en beeld. Een beeld zegt meer dan 10.000 woorden. Beeld wordt steeds belangrijker. Het beeld heeft dus de toekomst. En daar wil je natuurlijk volledig op kunnen inspelen als communicatieprofessional.

vrijdag 11 maart 2011

9 Case: huisstijl Universiteit Utrecht

Deze week staat in het teken van een presentatie die ik in Utrecht ga geven volgende week. Heel leuk, spannend ook – en weer kom ik terecht in het schemergebied tussen praktijk en wetenschap.

De Universiteit Utrecht wil aan de slag met haar huisstijl. Een zg. ‘refresh’ moet zorgen voor een meer moderne huisstijl, met behoud van het huidige logo overigens. Ook moet de huisstijl meer eenduidig worden toegepast. Daarom organiseren ze een aantal masterclasses voor iedereen die ook maar iets te maken heeft met de huisstijl: van communicatieadviseurs tot (grafisch) ontwerpers.

De Stijl van Amsterdam, daar valt veel over te vertellen. Een mooi verhaal: van ontwikkeling tot gemeentebrede implementatie, en doorontwikkeling met onder andere de nieuwe campagnestijl. Dat moet wel lukken, met behulp van het prachtige materiaal van ons huisstijlbureau.
Maar nu nog de wetenschappelijke bespiegelingen, hoe ga ik die daarin vlechten op een manier dat ze van toegevoegde waarde, liefst nog inspirerend, kunnen zijn voor collega’s die gewoon anders moeten gaan werken met hun eigen huisstijl.

Ik heb zo mijn ideeën over een aantal perspectieven van waaruit je huisstijl zou kunnen benaderen. Huisstijl is een symbool als je denkt aan de corporate identity mix van Birkigt & Stadler, huisstijl werkt als een structuur als je kijkt naar de verschillende merkmodellen (monolithisch, endorsed en branded). Maar huisstijl is ook een artefact dat de onderliggende culturele waarden visualiseert, of wat dacht je van huisstijl als politiek middel.

Eigenlijk zit ik nog te dubben. Ga ik proberen de perspectieven aansprekend te maken met mooie beelden, of ga ik op zoek naar een leuk filmpje als metafoor voor de diversiteit en kracht van huisstijl. Ik kan ook ‘gewoon’ iets vertellen over onderzoeksresultaten tot nu toe. Die op hun beurt weer laten zien op welke manier onze huisstijl een aantal organisatiebewegingen in Amsterdam heeft beïnvloed.

vrijdag 4 maart 2011

25 Professoren, professie en praktijk

Een paar weken geleden vond de Logeion expertmeeting plaats over de relatie tussen wetenschap en praktijk. Een thema dat me aan het hart gaat, ik trad zelfs op als een van de experts in het panel. Ik vond het een hele eer, in een panel naast mensen als Noelle Aarts en Bert Pol.

Op het programma stond een debat op basis van zes stellingen die ik van te voren had ontvangen. Gelukkig, die stellingen riepen van alles bij me op. Daar kon ik iets mee. Wel werd ik een beetje nerveus van de suggestie dat de sprekers materiaal konden meenemen en laten zien. Alle faciliteiten waren ter plekke aanwezig en beschikbaar. Wat moest ik daar nu mee? Stel je voor dat mijn collega panelleden allemaal hele interessante dingen bij zich hadden. Bovendien gaat mijn onderzoek over de kracht van beeld, dus ben ik toch bij uitstek degene die iets moet laten zien?

Werk aan de winkel, dus het weekend voor de bijeenkomst heb ik ongeveer 50 korte filmpjes bekeken. Ik moest en zou iets vinden wat voor mij de relatie tussen wetenschap en praktijk illustreert. In de zin van een ander perspectief, verruiming van je blik, laat je verrassen, de creatieve zoektocht van een onderzoek. Ik heb niks kunnen vinden. Niemand had iets bij zich overigens.

 

Hard maken wat zacht is
Wetenschappers zijn er met name voor om in onze beroepspraktijk ´hard te maken wat zacht is´. Deze stelling maakt wel iets los, zeg. Daarmee doe je de wetenschap echt te kort, want ze kan zoveel meer betekenen voor de praktijk. Wetenschappers kunnen een breder kader bieden, reflecteren op het vakgebied, en zo collega´s in de praktijk inspireren en nieuwe inzichten verschaffen voor hun werk.

Onderzoek doen en daarmee op een of andere manier onderbouwing en bewijs leveren is misschien wel de core business van de wetenschap. Maar hoe hard is dat kun je je afvragen. Communicatie behoort niet tot de exacte wetenschappen, onderzoek heeft vaak een kwalitatief karakter. Is dat hard? Niet in de absolute zin van het woord. Het is maar welke invalshoek je kiest, en hoe je het een en ander interpreteert. Eigenlijk is er best veel ruimte voor creativiteit in wetenschappelijk onderzoek.

 

Logeion universiteit
Halverwege de discussie werden de stellingen los gelaten en ontstond een dynamisch gesprek tussen het panel en de aanwezigen in de zaal, waarmee volgens mij echt een verbinding tot stand kwam tussen praktijk en wetenschap. Diverse ideeën voor meer samenwerking tussen wetenschap en praktijk borrelden op. Variërend van (meer) aandacht voor wetenschappelijke publicaties bij Logeion, contacten zoeken met lectoraten op hogescholen, leren van ervaringen van technische universiteiten, of misschien zelfs een eigen Logeion universiteit.

 

Je kunt meer lezen over deze expertmeeting in de volgende C, het maandblad van Logeion.

woensdag 9 februari 2011

24 Exploratiefase afgesloten

Van de week had ik een afspraak met Noelle Aarts. Altijd even enthousiast, betrokken en inspirerend. Met haar hebben we echt een fantastische hoogleraar strategische communicatie, en ik een begeleider waar ik heel blij mee ben.

Ook al staat mijn onderzoek in de koelkast, ik wilde deze eerste fase goed afronden en daarvoor een slotgesprek voeren met Noelle. Rob van Es (mijn andere begeleider) was helaas verhinderd. Ik had niet veel voorbereid - dat heb je in zo´n koelkastfase – maar ons gesprek kreeg een onverwachte inhoudelijke wending, waarmee ik een mooie richtingaanwijzer heb gekregen voor de toekomst.

Nut van exploratie
Ik heb veel vakgebieden en onderwerpen geëxploreerd de afgelopen periode. Voor degenen die deze blog een beetje hebben gevolgd is dat oud nieuws: van organisatiecultuur en organisatieidentiteit via visuele communicatie naar corporate en city branding,en weer terug. En huisstijl natuurlijk als centraal thema. Nu kom ik toch uit op het logo als ´entry point to the brand´en ´a flag to rally around´. Al die wegen, zijwegen en kruispunten hebben me uiteindelijk focus opgeleverd.

Kernvraag
Want waar gaat het me nu echt om? Kernvraag is toch wat doet beeld met mensen. Wat doet een logo met mensen? Wat betekenen drie Amsterdamse kruizen voor mensen die ze wel kennen? En ook: wat betekenen ze voor mensen die ze niet kennen? Wat gebeurt er precies als mensen de drie kruizen zien? En is dat op rationeel niveau of gaat het vooral om een onbewuste associatie?

Attractief design
Volgens Brandt en Bugel van Total Identity zit de kracht van attractief en succesvol design in ´een vorm die aansluit bij reeds bestaande beelden, percepties en onbewuste vermoedens´. En ´eerste associatie is beslissend voor de effectiviteit van alle visuele communicatie.´

Het boekje waar dit in staat heeft als titel ´Een seconde voor de werkelijkheid´. Een heel intrigerend boekje ook al is het verhaal niet af en raak ik op gegeven moment de draad kwijt. Brandt en Bugel hebben wel een snaar geraakt, want wat me zo fascineert is de onmiddellijke impact, de zeggingskracht en het niet-rationele, emotionele effect van beelden. Terwijl het opnemen en begrijpen van tekstboodschappen vooral een rationeel proces is.

´Design slaagt pas als een ontwerper een brug weet te bouwen tussen het meetbare weten en de onbewuste associatie.´ Klinkt ook nogal complex, maar ze hebben een punt.

2012 lonkt
Ze kunnen me vast meer vertellen over de redenen waarom vormgevers bepaalde vormen kiezen. Hoe zorgen ze voor grafische semantiek die past bij een organisatie, en die bijdraagt aan de doelstellingen daarvan? Op basis van welke veronderstellingen doen ze dat eigenlijk? Afijn, mijn volgende onderzoeksjaar begint al weer te lonken.