vrijdag 21 januari 2011

23 In de koelkast

Vorige keer had ik het over een overgangsfase, in vakinhoudelijke zin. Ook mijn onderzoek komt in een nieuwe fase terecht. Ik ga er een jaartje tussen uit om meer tijd te hebben voor het thuisfront, dus gaat het onderzoek een jaartje de koelkast in. Maar de liefde voor huisstijl- design – branding zal niet zomaar bekoelen.
Nieuws, trends, gedachtes en ontwikkelingen over deze onderwerpen blijf ik gewoon volgen. Dus ook in 2011 kunnen jullie regelmatig een blog van mij verwachten op deze plek. Naast blogs heb ik het afgelopen jaar meerdere onderzoeksopzetten geschreven. De gouden opzet zit er nog niet tussen. Ach, als je eenmaal gaat zoeken kan je zoveel kanten op. Zie dan maar weer eens op het rechte (onderzoeks)pad te komen.
Sterker monolithisch en nieuwe webstijl
Binnen de Stijl van Amsterdam is van alles in beweging. De gemeente Amsterdam wordt `sterker monolithisch´ en gaat (nog) meer communiceren vanuit één afzender. Alleen maar handig. Zou de webstijl ook sterker monolithisch worden met behulp van ons merk? Of wordt de herkenbaarheid op alle webpagina´s van amsterdam.nl anders opgelost? Krijgen we voortaan overal in de bovenbalk amsterdam.nl te zien? Of wordt het gemeente Amsterdam? Worden de kruisen groter, en net zo opvallend als op de homepage? Ik ben zo benieuwd!
Soorten websites
Want wat is nu het hoofddoel van de nieuwe vormgeving? Gaat het vooral om een betere dienstverlening, dan zou je denken aan type één: informatie en product-gedreven.
 

Als je vooral de corporate branding belangrijk vindt gaat het meer om type twee: herkenning en associaties met ons merk. Bij het derde type wordt ook nog gestreefd naar extra betrokkenheid in de vorm van ´sensory experiences and aesthetics´.* Dat laatste lijkt me teveel van het goede. Net als bij onderzoek kan een beetje focus bij het stellen van je online communicatiedoelen geen kwaad.
* Marketing aesthetics. The strategic management of brands, identity and image – Schmitt/Simonson (1997, The Free Press)

woensdag 22 december 2010

22 The visual language of brand

We zitten in een overgangsfase, in meerdere opzichten. Perspectieven
verschuiven van communicatie naar branding, van vooraf bepaalde topdown ‘sensegiving’ naar het gezamenlijke ‘sensemaking’, van communicatie sturing naar voortdurend voeling houden met je doelgroepen. Maar wel op zo’n manier dat je herkenbaar en onderscheidend blijft als organisatie. Wat betekent dat nu voor huisstijl?

Een kenmerk van design is het permanent communicatieve karakter. En ´A logo is like a flag to rally around´. Daar kunnen we vast iets mee. Maar wat doet zo’n logo nu precies voor een organisatie of een merk? Ik ga op zoek naar antwoorden in het trendrapport ‘The visual language of brand’ van het Australische merk- en designbureau Truly Deeply.
Belangrijkste trends
Global branding wordt gezien als de belangrijkste trend. Hierin worden unieke en doorgaans betekenisvolle symbolen ingewisseld voor een gedeelde en onbetekenende beeldtaal. Dat lijkt me niet handig voor differentiatie en herkenbaarheid van merken. Authenticiteit is een andere belangrijke trend. Hierin wordt vaak bewust gekozen voor ‘met de hand gemaakte’ beelden, die uit het hart gegrepen boodschappen vertellen (´Made with love´).
Het rapport bevat voorbeelden uit veel verschillende sectoren, maar er zit geen gemeentelijke organisatie tussen, op een enkele uitzondering na. Wel bevat het rapport een aantal voorbeelden van city branding, en dan vooral gerelateerd aan het binnenhalen van een evenement zoals de Olympische Spelen.
 
City of Melbourne is een voorbeeld van global branding, Praag een voorbeeld van een authentiek merk. Gek eigenlijk, doen gemeentes en stadsbesturen wereldwijd niet mee in de grote visuele trends? Ik zie onze drie kruisen zo terugkomen in een trend als authenticiteit, ze zijn immers direct
gebaseerd op ons historische en zeer authentieke stadswapen.
   
                        

Wat ik mis in het rapport van Truly Deeply is het belang van het open en flexibel houden van een beeld(merk) zodat doelgroepen worden geprikkeld zelf iets toe te voegen aan het merk dat door het beeld wordt weergegeven.

Belang van dialoog
Dit sluit aan bij het idee dat je als organisatie een dialoog aan zou moeten gaan met je doelgroepen, in plaats van ze een gesloten en afgerond organisatieverhaal te presenteren. Maar het is wellicht wat veel gevraagd van een logo. 

Openheid helder?
Hoewel, ons logo is ooit ontworpen op basis van de drie gemeentelijke kernwaarden: actief, open en integer. Hierbij is het schreefloze lettertype avenir gebruikt om openheid uit te stralen. Haal je die openheid er uit als doelgroep van de gemeente Amsterdam? Als medewerker of als inwoner van de stad? En wat betekent de visuele relatie van de drie kruisen met het wapen van de stad, en alle associaties die dat weer oproept? 

Levert dat nu meer of minder ruimte op voor een betekenisvolle dialoog met onze doelgroepen?

woensdag 17 november 2010

21 ‘Symbolisch’ van 2.0 naar 3.0

Een merk is meer en meer een co-creatief concept dat ontstaat, en beweegt, in de dialoog tussen mensen. Na mijn blog over organisch denken stuitte ik op een artikel en een boek die helemaal aansluiten bij die gedachte.

Begin november besteedde Adformatie aandacht aan Marketing 3.0, het nieuwe boek van marketinggoeroe Philip Kotler. Hierin stelt Kotler dat consumenten zg. ´prosumenten´ zijn geworden door de invloed van sociale media. Dat betekent bijvoorbeeld dat merken niet langer eigendom zijn van een bedrijf, maar als groep maken klanten (en andere stakeholders lijkt me zo) zich het merk eigen door hun eigen interpretatie en emoties.



Kotler adviseert om niet meer te proberen controle uit te oefenen op consumenten, beter is een verhaal vertellen en zo een platform (ruimte) bieden waarop ze (zelf) kunnen voortbouwen. Hij zegt niets over design of over de rol van huisstijl hierbij, dat is wel weer jammer.

Web van betekenissen
In hun boek ´Taking brand initiative´ gaan Hatch en Schultz daar wel op in. Een logo staat in feite symbool voor een organisatie. Maar dat doet een logo niet alleen; een corporate merk wordt niet weergegeven door één symbool, maar door een hele constellatie van symbolen.


Volgens Hatch and Schultz komt een merk symbolisch tot stand door de interpretatie van stakeholders, die het merk levend houden door erover te communiceren. Samen produceren ze een web van betekenissen die door de symbolen van het merk, waaronder het logo, naar buiten worden gebracht. Daarmee kunnen ze in het kort een verhaal vertellen waar anders een lange uitleg voor nodig was geweest.

Fusie stadsdelen en symboliek
Een logo kun je beschouwen als een symbool zodra er betekenis aan is gegeven. Hatch and Schultz pakken ook Schein erbij en de drie cultuurlagen die voor mijn onderzoek een basisgegeven zijn: artefacten (zoals huisstijl), waarden (zoals onderling afgesproken) en dieper liggende veronderstellingen. Artefacten worden als symbool gebruikt om betekenis te creëren en daarover te communiceren. En dat kan vervolgens de onderliggende cultuurlagen weer beïnvloeden (of: veranderen).

Ha, dat is interessant, is er bij de fusie van de stadsdelen eigenlijk gebruik gemaakt van deze mogelijkheid? Deze vraag voert misschien wat ver. Ik vind het vooral interessant om te zien hoe beweeglijk een merk (tegenwoordig) kan zijn, en wat je daar allemaal mee kunt doen door het symbolisch te benaderen.